woensdag 8 augustus 2012
donderdag 12 juli 2012
Zomertaart met perzik en yoghurt
De inspiratie voor deze taart kreeg ik na een bezoekje aan de markt in Bussum. Voor het eerst hadden ze perziken, en die kon ik al van ver af ruiken: verleidelijk zoet! De taart is niet alleen lekker, maar ziet er ook prachtig uit. Echt iets voor een zomerse high tea!
400g mooie perziken (niet al te rijp)
1 el bloem
1 el licht bruine basterdsuiker
180g zachte boter
220g fijne tafelsuiker
2 tl vanille extract
3 eieren
100ml volle yoghurt
250g patentbloem
1½ tl bakpoeder
1 el bloem
1 el licht bruine basterdsuiker
180g zachte boter
220g fijne tafelsuiker
2 tl vanille extract
3 eieren
100ml volle yoghurt
250g patentbloem
1½ tl bakpoeder
Vet een ronde springvorm van 22 cm lichtjes in met boter. Knip een cirkel van een stukje bakpapier uit (net zo groot als de bodem van de springvorm) en leg deze in de springvorm. Besprenkel de vorm met bloem, klop overtollige bloem weg en verwarm oven voor op 180°C.
Snij je perziken in partjes en pel elk partje voorzichtig. Doe ze in een kom, voeg 1 eeetlepe bloem en 1 eetlepel bruine basterdsuiker toe en schud alles door elkaar.
In een mixer klop je de boter en de suiker licht en romig. Voeg het vanille extract toe en voeg, terwijl de machine nog draait, de eieren een voor een toe. Voeg de yoghurt toe en meng deze door het beslag met een houten lepel.
Meng de bloem en de bakpoeder in een kom. Voeg dit aan de natte ingrediënten toe en meng zachtjes met je houten lepel. Doe het beslag in de springvorm en druk de perzikpartjes lichtjes in het beslag. bak de taart 1 uur en 15 minuten of tot een sateprikker die je in het midden steekt er schoon uitkomt. Laat de taart op een rooster afkoelen voordat je deze uit de vorm haalt. Seveer met een beetje poedersuiker of met een bolletje vanille-ijs.
woensdag 11 juli 2012
Aardbeien-clafoutis
In de zomer bak ik veel minder desserts dan in de winter. Tijdens de warmste maanden van het jaar geef ik de voorkeur aan vers fruit (een schaaltje frambozen met een lepeltje crème fraîche) of aardbeien gemarineerd in balsamicoazijn en geserveerd met een schepje vanille-ijs. Als ik wel iets zoets bak, dan is het meestal een clafoutis. Dit Franse dessert wordt traditioneel met kersen gemaakt, maar ik heb het met allerlei seizoensfruit geprobeerd. Hier met mooie, rijpe aardbeien.
Tips:
*In mijn aardbeienclafoutis gebruik ik een vanillepeultje. Koop altijd vanillepeulen die lekker dik, buigzaam en niet hard zijn. Sommige exemplaren zijn zo dun en uitgedroogd dat je ze nauwelijks kan gebruiken. Snij het peultje doormidden en schraap de zaadjes eruit met behulp van een mesje of een klein lepeltje.
*De clafoutis zakt in tijdens het afkoelen.
Aardbeien-clafoutis
Voor 6 personen
Tips:
*In mijn aardbeienclafoutis gebruik ik een vanillepeultje. Koop altijd vanillepeulen die lekker dik, buigzaam en niet hard zijn. Sommige exemplaren zijn zo dun en uitgedroogd dat je ze nauwelijks kan gebruiken. Snij het peultje doormidden en schraap de zaadjes eruit met behulp van een mesje of een klein lepeltje.
*De clafoutis zakt in tijdens het afkoelen.
Aardbeien-clafoutis
Voor 6 personen
500 g kleine, rijpe aardbeien (schoongemaakt)
200 ml slagroom
100 ml melk
1 vanillepeultje, door midden gesneden en zaadjes eruit geschraapt
4 eieren
70 g fijne tafelsuiker
80 g bloem
1 el kirsch
Oven op 180°C voorverwarmen en een quichevorm van 25 cm lichtjes met boter invetten. Doe de aardbeien in de vorm met de puntjes naar boven.Kluts de room, melk en vanille zaadjes. In een andere kom, klop de eieren met de suiker, bloem en kirsch.Voeg dit mengsel aan het room-mengsel toe en nogmaals goed kloppen. Giet het beslag voorzichtig over de aardbeien en bak de clafoutis in 35-40 minuten.Serveer lauw-warm met een bolletje vanille-ijs of zet de clafoutis op tafel met een bus poedersuiker en een potje crème fraîche zodat iedereen zichzelf kan bedienen.
vrijdag 22 juni 2012
Salade d'été
In de warme maanden zijn verse salades niet alleen gezond, maar ook heerlijk verfrissend. Laat je door de natuur inspireren, gebruik verse ingrediënten en je zult zien dat de variaties in smaak, kleur en textuur zo groot zijn als je fantasie toelaat. Met brood en een mooie, bijpassende wijn heb je de ideale lichte maaltijd. Puur, fris en barstensvol vitamines!
Deze salade is werkelijk de zomer op je bord. De zachte smaak van de jonge bladgroenten gecombineerd met de friszoete dressing vormen de perfecte achtergrond voor de rest van de ingrediënten: geurige, krokante walnoten, knapperig brood met een romig laagje gegrilde geitenkaas, flinterdunne plakjes rauwe ham en als finishing touch, zonnige frambozen die met hun prachtige kleur als eetbare juweeltjes tussen het groen pronken.
De salade leent zich uitstekend als een licht lunchgerecht voor twee, maar voor vier personen kan je deze als verfijnd voorgerecht aanbieden. Als je de salade als voorgerecht bij een barbecue serveert, volg dan met gegrilde lamsbout en sluit af met een zacht dessert zoals een crème brulée met een toefje lavendelsuiker.
Salade d'été
Voor 2 personen (of 4, als voorgerecht)
Voor de dressing:
1 el Dijon mosterd
3 el walnotenolie
1 el sherry-azijn
2 tl honing
fleur de sel
versgemalen peper
Voor de salade:
50g walnoten, grof gehakt
2 sneetjes pain de campagne
4 petits chèvre doux (zachte geitenkaas)
100g gemengde jonge bladgroenten
100g verse frambozen
6 plakjes rauwe ham (ongeveer 60g)
Klop alle ingrediënten voor de dressing tot een dikke consistentie in een grote kom. Rooster de walnoten in een droge koekenpan totdat ze hun heerlijke geur vrijlaten, dit duurt een minuut of drie. Smeer de geitenkaas op de sneetjes brood en leg ze onder een hete gril gedurende 2-3 minuten of totdat de kaas een beetje begint te bubbelen en hier en daar bruin wordt. Doe de bladgroente in de kom met de dressing en hussel alles goed door elkaar zodat elk blaadje met de dressing bedekt wordt. Verdeel de bladgroente over twee borden en besprenkel elk bord met de geroosterde walnoten. Verdeel de verse frambozen over elke portie en doe hetzelfde met de plakjes ham. Snij elk warm sneetje brood doormidden en leg de twee helften op de salade. Serveer de salade meteen, het liefst met een levendige, aromatische Sancerre.
Deze salade is werkelijk de zomer op je bord. De zachte smaak van de jonge bladgroenten gecombineerd met de friszoete dressing vormen de perfecte achtergrond voor de rest van de ingrediënten: geurige, krokante walnoten, knapperig brood met een romig laagje gegrilde geitenkaas, flinterdunne plakjes rauwe ham en als finishing touch, zonnige frambozen die met hun prachtige kleur als eetbare juweeltjes tussen het groen pronken.
De salade leent zich uitstekend als een licht lunchgerecht voor twee, maar voor vier personen kan je deze als verfijnd voorgerecht aanbieden. Als je de salade als voorgerecht bij een barbecue serveert, volg dan met gegrilde lamsbout en sluit af met een zacht dessert zoals een crème brulée met een toefje lavendelsuiker.
Salade d'été
Voor 2 personen (of 4, als voorgerecht)
Voor de dressing:
1 el Dijon mosterd
3 el walnotenolie
1 el sherry-azijn
2 tl honing
fleur de sel
versgemalen peper
Voor de salade:
50g walnoten, grof gehakt
2 sneetjes pain de campagne
4 petits chèvre doux (zachte geitenkaas)
100g gemengde jonge bladgroenten
100g verse frambozen
6 plakjes rauwe ham (ongeveer 60g)
Klop alle ingrediënten voor de dressing tot een dikke consistentie in een grote kom. Rooster de walnoten in een droge koekenpan totdat ze hun heerlijke geur vrijlaten, dit duurt een minuut of drie. Smeer de geitenkaas op de sneetjes brood en leg ze onder een hete gril gedurende 2-3 minuten of totdat de kaas een beetje begint te bubbelen en hier en daar bruin wordt. Doe de bladgroente in de kom met de dressing en hussel alles goed door elkaar zodat elk blaadje met de dressing bedekt wordt. Verdeel de bladgroente over twee borden en besprenkel elk bord met de geroosterde walnoten. Verdeel de verse frambozen over elke portie en doe hetzelfde met de plakjes ham. Snij elk warm sneetje brood doormidden en leg de twee helften op de salade. Serveer de salade meteen, het liefst met een levendige, aromatische Sancerre.
woensdag 6 juni 2012
Crème fraîche-taart met aardbeien
Door het gebruik van crème fraîche en gemalen amandelen heeft deze taart een smelt-op-de-tong textuur en een zacht, smeuïg kruim. De toevoeging van aardbeien zorgt voor een zomers tintje en doet een beetje denken aan de smaak van aardbeien met slagroom.
Voor 8 personen
250ml crème fraîche
3 eieren
150g patenbloem
100g gemalen amandelen
2tl bakpoeder
185g fijne suiker
1 el zonnebloemolie
250g aardbeien, schoongemaakt en in niet al te dunne plakjes gesneden
geschaafde amandelen
Oven op 180°C voorverwarmen. Een 22cm springvorm met losse bodem goed invetten en de bodem met bakpapier bekleden. Kluts de crème fraîche en de eieren in een grote kom. Voeg de patentbloem, gemalen amandelen, bakpoeder en suiker toe en gebruik een garde om alles goed te mengen. Voeg de olie toe en nogmaals goed mengen. Gebruik een spatel of houten lepel om de plakjes aardbeien voorzichtig aan het beslag toe te voegen. Giet het beslag in de springvorm en strooi er wat geschaafde amandelen over heen. Bak de taart gedurdende 40-45 minuten. Als de taart te bruin dreigt te worden, moet je hem afdekken met een stuk folie. Laat de taart op een rooster volledig afkoelen.
woensdag 9 mei 2012
Yoghurt panna cotta met aardbeien en rabarber
Panna cotta, wat letterlijk ‘gekookte room’ betekent, is een fluweelzacht dessert dat oorspronkelijk uit het noorden van Italië komt. Er zijn allerlei versies denkbaar, maar de basis blijft room, gelatine en suiker. In deze variatie wordt een deel griekse yoghurt gebruikt en de suiker wordt vervangen door honing. Dit zorgt voor een licht-fris accent. Serveer dit elegante toetje met in de oven gestoofde aardbeien en rabarber.
Voor de panna cotta:
250g slagroom
1 vanillestokje, doormidden gesplitst en de zaadjes eruit gehaald
3 el honing
5 blaadjes gelatine
2 tl aardbeienjam
150g griekse yoghurt
Om de panna cotta te maken:
Laat de slagroom met de honing en vanille (zaadjes en stokje) goed heet worden terwijl je het mengsel lichtjes klopt met een garde. De gelatineblaadjes in koud water een minuut of 5 laten weken. Klop de jam door de yoghurt. Het vanillestokje uit de room halen en de uitgeknepen gelatineblaadjes aan de hete room toevoegen. Zorg dat ze volledig zijn opgelost. Voeg de room langzaam aan de yoghurt toe terwijl je met de garde blijft kloppen. Giet het mengsel door een zeef. Vet vier bakjes lichtjes in met zonnebloemolie en verdeel het mengsel over de bakjes. Gedurende ongeveer 5 uur laten opstijven.
Om het fruit te bereiden:
Oven op 180°C voorverwarmen. Doe het schoongemaakte fruit in een ovenschaal en roer de suiker en creme de cassis er doorheen. In de oven ongeveer 20 minuten laten stoven, of totdat het fruit zacht is geworden.
Om te serveren:
Haal de bakjes uit de koelkast en hou ze een paar tellen in een kom heet water. Zonodig kan je met een dun mesje langs de rand van de panna cotta gaan zodat ze makkelijker los komen. Zet een bordje over de bakjes en schud ze een beetje zodat de panna cotta los komt. Serveer met het fruit en een beetje van de siroop.
Voor de panna cotta:
250g slagroom
1 vanillestokje, doormidden gesplitst en de zaadjes eruit gehaald
3 el honing
5 blaadjes gelatine
2 tl aardbeienjam
150g griekse yoghurt
Voor het fruit:
300g schoongemaakte rabarber, gehakt
150g schoongemaakte aardbeien, in niet al te kleine stukjes gesneden
4-5 el ruwe rietsuiker
2 el creme de cassis
Laat de slagroom met de honing en vanille (zaadjes en stokje) goed heet worden terwijl je het mengsel lichtjes klopt met een garde. De gelatineblaadjes in koud water een minuut of 5 laten weken. Klop de jam door de yoghurt. Het vanillestokje uit de room halen en de uitgeknepen gelatineblaadjes aan de hete room toevoegen. Zorg dat ze volledig zijn opgelost. Voeg de room langzaam aan de yoghurt toe terwijl je met de garde blijft kloppen. Giet het mengsel door een zeef. Vet vier bakjes lichtjes in met zonnebloemolie en verdeel het mengsel over de bakjes. Gedurende ongeveer 5 uur laten opstijven.
Om het fruit te bereiden:
Oven op 180°C voorverwarmen. Doe het schoongemaakte fruit in een ovenschaal en roer de suiker en creme de cassis er doorheen. In de oven ongeveer 20 minuten laten stoven, of totdat het fruit zacht is geworden.
Om te serveren:
Haal de bakjes uit de koelkast en hou ze een paar tellen in een kom heet water. Zonodig kan je met een dun mesje langs de rand van de panna cotta gaan zodat ze makkelijker los komen. Zet een bordje over de bakjes en schud ze een beetje zodat de panna cotta los komt. Serveer met het fruit en een beetje van de siroop.
woensdag 2 mei 2012
Aspergetaart
Het is weer aspergetijd! Asperges zijn niet alleen supergezond, ze kunnen ook op allerlei geweldige manieren bereid worden. Nodig je vrienden uit en vier het aspergeseizoen met deze frisse lentetaart.
Elk jaar, ergens rond het midden van april, vier ik het begin van het seizoen met een klassieke aspergelunch. In dit geval gebruik ik witte asperges. Ik schil ze van top tot teen, breek de onderpuntjes eraf en kook ze acht tot tien minuten in licht gezouten water. Ze zijn verrukkelijk met plakjes flinterdunne lamsham, een zachtgekookt eitje, gesmolten boter, fijngesnipperde peterselie en een snufje nootmuskaat.
Groene asperges zijn net iets anders dan witte. De beet is steviger, de smaak aardser en bovendien hoeven ze niet geschild te worden. Ik eet ze het liefst gegrild en besprenkeld met wat peperige olijfolie en een beetje zeezout. Groene asperges passen ook uitstekend bij gegrilde kip of een stukje vis. De dunnere exemplaren zijn uitermate geschikt om in omeletten en hartige taarten te verwerken.
In deze elegante aspergetaart combineer ik de meer uitgesproken smaak van groene asperges met friszure geitenkaas, romige crème fraîche en zoute kappertjes. De taart is als voorgerecht een heerlijk begin van een lentediner, maar met een soepje of een salade kan je de taart ook als lichte maaltijd serveren. Geef er een mineralige witte wijn bij, bijvoorbeeld de Domaine du Moulin Granger Sancerre (verkrijgbaar bij Albert Heijn).
Aspergetaart
1. Verwarm de oven op 200°C voor. Laat de plakjes bladerdeeg op een met bloem bestoven werkblad ontdooien.
2. Breng een pan met gezouten water aan de kook. Verwijder de harde onderkanten van de asperges en kook ze twee tot vier minuten (afhankelijk van hun dikte). Giet ze af, spoel ze met koud water en leg ze apart op een dubbelgevouwen theedoek.
3. Meng de crème fraîche, geitenkaas, kappertjes en het zout en de peper. Gebruik niet te veel zout want de kappertjes zijn al zout genoeg! Proef en corrigeer zonodig de smaak.
4. Op een met bakpapier beklede bakplaat vorm je het deeg tot een grote (open) rechthoekige lap. Dit doe je door zes velletjes met een beetje water aan elkaar te plakken, zodat je een 3x2-vormige rechthoek krijgt.
5. Smeer het crème-kaas-kappertjes mengsel over het deeg, maar laat een rand van ongeveer twee centimeter aan de zijkanten vrij. Doe de asperges (met de kopjes en onderkanten om en om) op het mengsel en kwast een beetje melk over de vrije randen van het deeg.
6. Bak de taart 30 minuten en serveer met een salade.
Elk jaar, ergens rond het midden van april, vier ik het begin van het seizoen met een klassieke aspergelunch. In dit geval gebruik ik witte asperges. Ik schil ze van top tot teen, breek de onderpuntjes eraf en kook ze acht tot tien minuten in licht gezouten water. Ze zijn verrukkelijk met plakjes flinterdunne lamsham, een zachtgekookt eitje, gesmolten boter, fijngesnipperde peterselie en een snufje nootmuskaat.
Groene asperges zijn net iets anders dan witte. De beet is steviger, de smaak aardser en bovendien hoeven ze niet geschild te worden. Ik eet ze het liefst gegrild en besprenkeld met wat peperige olijfolie en een beetje zeezout. Groene asperges passen ook uitstekend bij gegrilde kip of een stukje vis. De dunnere exemplaren zijn uitermate geschikt om in omeletten en hartige taarten te verwerken.
In deze elegante aspergetaart combineer ik de meer uitgesproken smaak van groene asperges met friszure geitenkaas, romige crème fraîche en zoute kappertjes. De taart is als voorgerecht een heerlijk begin van een lentediner, maar met een soepje of een salade kan je de taart ook als lichte maaltijd serveren. Geef er een mineralige witte wijn bij, bijvoorbeeld de Domaine du Moulin Granger Sancerre (verkrijgbaar bij Albert Heijn).
Aspergetaart
(als lichte maaltijd voor drie personen, als voorgerecht voor zes personen)
- 400 gram mooie, dunne groene asperges, onderkant verwijderd
- 6 plakjes bladerdeeg
- 200 milliliter crème fraîche
- 100 gram zachte geitenkaas
- 2 eetlepels kappertjes
- Zout en vers gemalen peper naar smaak
- Een beetje melk
1. Verwarm de oven op 200°C voor. Laat de plakjes bladerdeeg op een met bloem bestoven werkblad ontdooien.
2. Breng een pan met gezouten water aan de kook. Verwijder de harde onderkanten van de asperges en kook ze twee tot vier minuten (afhankelijk van hun dikte). Giet ze af, spoel ze met koud water en leg ze apart op een dubbelgevouwen theedoek.
3. Meng de crème fraîche, geitenkaas, kappertjes en het zout en de peper. Gebruik niet te veel zout want de kappertjes zijn al zout genoeg! Proef en corrigeer zonodig de smaak.
4. Op een met bakpapier beklede bakplaat vorm je het deeg tot een grote (open) rechthoekige lap. Dit doe je door zes velletjes met een beetje water aan elkaar te plakken, zodat je een 3x2-vormige rechthoek krijgt.
5. Smeer het crème-kaas-kappertjes mengsel over het deeg, maar laat een rand van ongeveer twee centimeter aan de zijkanten vrij. Doe de asperges (met de kopjes en onderkanten om en om) op het mengsel en kwast een beetje melk over de vrije randen van het deeg.
6. Bak de taart 30 minuten en serveer met een salade.
Abonneren op:
Posts (Atom)




